Kennisbank Bastaardsatijnrups herkennen: raak rups en nest niet aan

Rupsen herkennen · Gepubliceerd 29 mei 2026 · bijgewerkt 18 september 2026 · 2 min

Bastaardsatijnrups herkennen: raak rups en nest niet aan

De twee rode vlekken achter op de rug en een gezamenlijk spinselnest geven richting. Blijf van rupsen, nesten en achtergebleven haren af.

B

Bureau voor Dierplagen

Redactie

Bastaardsatijnrups herkennen: raak rups en nest niet aan

Een donkere, sterk behaarde rups is niet vanzelf een bastaardsatijnrups. Let op de combinatie van twee opvallende rode vlekken achter op de rug, rijen korte witte haartjes, de vindplaats en een mogelijk spinselnest in boom of struik. Raak een rups, nest of vervellingsrest niet aan: de brandharen kunnen via direct contact en via de lucht klachten geven.

Hoe herkent u de bastaardsatijnrups?

De volgroeide rups is donkergrijs tot zwartachtig en kan ongeveer drie centimeter lang worden. Over de rug loopt een onderbroken dubbele oranjerode lijn. Het duidelijkste kenmerk zijn twee verheven rode vlekken op de achterste rugsegmenten. De kop is glanzend zwart en het lichaam draagt bruine borstels en kortere haartjes.

Gebruik deze kenmerken samen. Een donkere kleur of opvallende beharing alleen is onvoldoende, omdat meer rupsen behaard zijn. Maak vanaf afstand een scherpe foto van boven en opzij en fotografeer ook de plant en een eventueel nest.

Waar vindt u rupsen en winternesten?

De soort komt vooral voor in de kuststreek, maar kan ook elders in Nederland worden gezien. In duingebieden is duindoorn een belangrijke waardplant. Ook onder meer meidoorn, sleedoorn, wilg, eik en fruitbomen kunnen worden gebruikt.

Jonge rupsen overwinteren gezamenlijk in een taai, webachtig spinsel aan een tak, vaak aan het uiteinde waar veel zon komt. In het voorjaar verlaten zij het nest en verspreiden zij zich over planten en de omgeving. Een spinsel alleen bewijst de soort niet; vergelijk het met de rupsen en waardplant.

Waarom blijft een oud nest relevant?

Brandharen kunnen in nesten, cocons en ander materiaal achterblijven en door de wind worden verspreid. Daardoor kan ook contact met een verlaten lijkend nest klachten veroorzaken. GGD Leefomgeving noemt eind mei en begin juni als periode waarin de kans op klachten het grootst is, maar achtergebleven haren kunnen later in de zomer nog hinder geven.

Ga daarom niet schudden, snoeien, vegen, maaien of blazen rond een vermoedelijk nest. Houd kinderen en dieren uit de directe omgeving en voorkom dat u materiaal door huis, auto of kleding verspreidt.

Wat doet u na mogelijke blootstelling?

Vermijd verder contact en volg voor gezondheidsklachten de actuele aanwijzingen van GGD Leefomgeving. Vraag bij ernstige of aanhoudende klachten medisch advies. Bij benauwdheid of een andere acute ernstige reactie is directe medische hulp nodig.

Deze pagina helpt bij herkenning en veilig handelen en stelt geen medische diagnose. Een huidreactie bewijst bovendien niet welke rups de oorzaak was; ook andere blootstellingen kunnen jeuk, roodheid of irritatie geven.

Wie beoordeelt een vondst of nest?

Gaat het om openbaar terrein, strand of duingebied, volg dan de meldroute van de terreinbeheerder of gemeente. Op eigen terrein hoort eerst de soort en situatie te worden bevestigd voordat iemand aan het nest of de waardplant werkt. Stuur bij een vraag foto's op afstand, de locatie, datum en naam van de plant als u die kent.

BVD biedt verwijdering van de bastaardsatijnrups niet als bevestigde zelfstandige dienst aan. We publiceren deze pagina om een vondst beter te herkennen en onveilig zelf ingrijpen te voorkomen; de passende uitvoerder en meldroute hangen af van locatie en beheerder.

Geraadpleegde bronnen

Plan een inspectie