Kennisbank Mol in de tuin: herkennen, leefwijze en leven met molshopen

Kennisbank · 29 september 2026 · 3 min

Mol in de tuin: herkennen, leefwijze en leven met molshopen

Molshopen in het gazon zijn vaak het werk van één mol. Hij eet bodemdiertjes, geen planten, en woelt de grond om. Wie dat weet, kiest rustiger voor een aanpak.

B

Bureau voor Dierplagen

Redactie

Mol in de tuin: herkennen, leefwijze en leven met molshopen

De mol (Talpa europaea) leeft vrijwel zijn hele leven onder de grond. Hij is een insecteneter en geen knaagdier: hij eet vooral regenwormen en laat planten met rust. Zijn gangen en hopen kunnen een gazon, terras of stoep wel flink beschadigen. Deze pagina helpt u de mol te herkennen, zijn leefwijze te begrijpen en te kiezen tussen accepteren, weren en bestrijden.

Hoe herkent u een mol?

Een mol is 11 tot 16 centimeter lang en weegt 60 tot 140 gram. Hij heeft een leigrijze tot zwarte, fluweelachtige vacht, brede graafhanden, een spitse roze snuit en een kort staartje. Uitwendige oren heeft hij niet. De ogen zijn klein, maar hij is volgens de Zoogdiervereniging niet blind.

U ziet de mol zelf zelden. Wat u ziet, zijn de molshopen: hopen losse aarde zonder open ingang. Soms liggen gangen zo ondiep dat u een verhoogde rug in het gras ziet, een mollenrit.

Bekijk de mol bij de Zoogdiervereniging

Hoe leeft een mol?

Een mol leeft alleen in zijn eigen gangenstelsel, dat ook zijn territorium is. De gangen kunnen tot een meter diep liggen en samen zo'n 60 meter lang zijn. Oppervlakkige gangen graaft hij met 12 tot 15 meter per uur. Hij is zowel overdag als 's nachts actief, in perioden van enkele uren.

De mol eet uitsluitend dierlijk voedsel, vooral regenwormen, en daarnaast insecten en hun larven, slakken en soms jonge muizen. Per dag eet hij ongeveer de helft van zijn lichaamsgewicht. In voor- en najaar legt hij een voorraad regenwormen aan in ondergrondse kamers.

Hoeveel mollen zitten er in uw tuin?

Veel hopen betekent niet veel mollen. Mollen zijn solitaire dieren en volgens Milieu Centraal leeft er gemiddeld maar één per tuin. Het territorium van een mannetje is gemiddeld zo'n 3000 vierkante meter. In de paartijd, van maart tot mei, graven mannetjes lange mollenritten op zoek naar een vrouwtje.

Nieuwe hopen verschijnen vooral wanneer een mol zijn stelsel uitbreidt. Levert de burcht genoeg voedsel, dan neemt het graven af.

Mol of woelrat?

Ook woelratten graven gangen met hopen in het gazon. Het verschil is belangrijk voor uw planten: woelratten kunnen wortels van planten en groenten aanvreten, mollen laten planten met rust. Volgens Milieu Centraal zien deskundigen aan de hoop en de schade aan planten om welk dier het gaat.

Ziet u aangevreten wortels, bollen of verwelkende planten zonder duidelijke reden, denk dan eerder aan een woelrat.

Bekijk de woelrat

Hoe maakt u de tuin minder aantrekkelijk?

Milieu Centraal noemt het omwoelen van de grond goed voor afwatering en bodemleven. Een verse molshoop kunt u met een hark over het gazon verspreiden en inzaaien. Laat een deel van het gras langer groeien of leg een bloemenweide aan, dan vallen de hopen minder op.

Wilt u een gazon echt beschermen, dan kan een mollennet helpen: volgens Milieu Centraal verticaal tot 70 centimeter diep ingegraven langs de randen, of horizontaal op 25 centimeter diepte onder het hele gazon. Bomen en struiken vormen met hun wortels ook een obstakel.

Wat mag wel en niet?

Gebruik nooit zelf gif tegen mollen; volgens Milieu Centraal mogen alleen professionele bedrijven chemische middelen tegen mollen inzetten. Middelen met explosief gas, zoals zwavelpatronen of carbid, zijn verboden, tenzij de provincie op aanvraag toestemming geeft. Van sticks, korrels en trillers is volgens Milieu Centraal niet aangetoond dat ze werken.

Het KAD noemt mollenklemmen als methode bij particulieren, en wijst erop dat goed plaatsen belangrijk is. Reguliere bestrijding is geen kernspecialisme van BVD; we nemen die alleen lokaal en afhankelijk van de situatie aan.

Lees hoe u een actieve gang herkent en klemmen afweegt

Geraadpleegde bronnen

Plan een inspectie