Kennisbank Uitwerpselen van een steenmarter herkennen: welke kenmerken tellen mee?

Steenmarters · Gepubliceerd 2 januari 2025 · bijgewerkt 29 augustus 2026 · 2 min

Uitwerpselen van een steenmarter herkennen: welke kenmerken tellen mee?

Langwerpige uitwerpselen met een spitse punt en zichtbare voedselresten kunnen bij een steenmarter passen. Eén vondst bewijst de soort, route of verblijfplaats niet.

B

Bureau voor Dierplagen

Redactie

Uitwerpselen van een steenmarter herkennen: welke kenmerken tellen mee?

Steenmarteruitwerpselen zijn doorgaans langwerpig, hebben vaak een spitse punt en kunnen haren, veren, botresten of vruchtpitten bevatten. Die combinatie kan bij een steenmarter passen, maar één uitwerpsel bewijst de soort, toegangsroute of verblijfplaats niet. Beoordeel daarom meerdere kenmerken en de context samen.

Hoe zien steenmarteruitwerpselen er doorgaans uit?

De Zoogdiervereniging noemt als normale richtmaat ongeveer 5 tot 10 centimeter lang en 1,5 centimeter dik. De uitwerpselen hebben vaak een spitse punt. Haren, veren, botresten en pitten van vruchten kunnen zichtbaar zijn in de inhoud.

Deze kenmerken geven richting, maar vormen geen afvinklijst waarmee ieder spoor zeker is te benoemen. Een normale richtmaat is geen harde grens en één kenmerk op zichzelf is onvoldoende voor een zekere soortbepaling.

Waarom maakt de vindplaats de herkenning niet zeker?

Een vondst op zolder, bij het dak of in een ander beschut bouwdeel maakt de context relevanter, maar wijst niet automatisch de gebruikte opening of een actuele verblijfplaats aan. De Zoogdiervereniging beschrijft dat een steenmarter binnen zijn leefgebied meerdere dagrustplaatsen afwisselend kan gebruiken.

Combineer de vindplaats daarom met herhaalde waarnemingen, geluid, haren, prooiresten en bereikbare sporen. Houd ook andere dieren en bouwkundige verklaringen open zolang de samenhang niet is vastgesteld.

Vergelijk mogelijke steenmartergeluiden

Wanneer past de vergelijking met egel of rat?

Lijkt het formaat, de vorm of de inhoud niet overtuigend bij één soort te passen, vergelijk het spoor dan niet op basis van één detail. De aparte vergelijkingspagina zet de kenmerken van egel, rat en steenmarter naast elkaar en houdt de onzekerheid zichtbaar.

Foto's kunnen helpen om kenmerken terug te kijken, maar vervangen geen soortbevestiging wanneer sporen onduidelijk, beschadigd of niet compleet zijn.

Vergelijk uitwerpselen van egel, rat en steenmarter

Wat kunt u veilig vastleggen?

Maak vanaf een stabiele, bereikbare plek eerst een overzichtsfoto van de vindplaats en daarna een scherpe detailfoto. Leg een maatverdeling naast het spoor zonder het aan te raken, noteer datum en locatie en beschrijf eventuele andere signalen afzonderlijk.

Open geen dak, spouw of ander bouwdeel en klim niet omhoog om dichter bij het spoor te komen. Onbekende uitwerpselen hoeven voor documentatie niet te worden verplaatst of onnodig te worden aangeraakt.

Wanneer is nader onderzoek verstandig?

Nader onderzoek is verstandig wanneer meerdere sporen terugkeren, wanneer soort en verblijf onduidelijk blijven of wanneer u een opening of bouwdeel wilt veranderen. IPLO geeft aan dat mogelijke nadelige gevolgen voor aanwezige soorten met objectieve gegevens moeten worden beoordeeld.

De BIJ12 Matrix Soortinformatie en BeSI kunnen de soort-, periode-, provincie- en projectcontext helpen begrenzen. Zij geven geen individuele diagnose of automatisch besluit voor uw situatie. Verander een mogelijke toegang daarom niet op basis van alleen deze pagina of één uitwerpsel.

Lees wat u bij een mogelijk spoor in de spouw veilig kunt doen

Geraadpleegde bronnen

Plan een inspectie